WELKOM IN BOUSSAC
Boussac
is een vestingstad in de voormalige provincie La Marche, gelegen tussende Berry en de Bourbonnais.
Het
Kasteel van Boussac dateert van de 12e eeuw. Het was eigendom van de
prinsen van Déols, was de bruidsschat van de dochter van Ebbes van Déols en
kwam later in handen van Roger de Brosse. Hij was een voorvader van Maarschalk
Jean de Eerste De Brosse, de partner van Jeanne d' Arc.
In 1427 werd Boussac
onafhankelijk. Ter verdediging van de stad werd een vestingwal gebouwd, waarvan
nu nog delen te zien zijn.
Tijdens
de 100-jarige oorlog en de Franse Revolutie werd het kasteel deels
verwoest.
Het kasteel werd ondermeer
gebruikt als Sous Prefectuur (tot 1926) en vervolgens als Hoofdbureau
van
Politie. Soms werd het prachtige houtsnijwerk van het kasteel gebruikt
als hout
voor de open haard en werden er zelfs boerenmarkten gehouden.
Vanaf 1965 onderging het
kasteel een uitgebreide en zorgvuldige restauratie en is het aangemerkt
als een
historisch monument.
|
|
 |
In het kasteel is een doorlopende
tentoonstelling van oude en hedendaagse wandtapijten en zijn vele vertrekken te
bewonderen, gemeubileerd en gedecoreerd in oude stijl.
In de middeleeuwse stad
Boussac vindt U nog smalle pittoreske straatjes en oude huizen met smeedijzeren
balkons uit de 18e eeuw.
De Romaanse kerk, Sainte
Anne, is gerestaureerd en de klokkentoren is geheel bekleed met kastanjehouten
leien.
In de kerk vindt U fresco's
uit de 15
e eeuw, veel houtsnijwerk en glas in lood ramen uit de 20
e
eeuw, ontworpen door Francis Chigot.
In één van de zijkapellen
bevinden zich in de vloer verzonken kruizen. Deze markeren de graven van enkele
belangrijke inwoners van Boussac.
De trouwzaal van het
gemeentehuis in Boussac wordt opgesierd door drie geklasseerde wandtapijten van
eind 19
e eeuw, maar uitgevoerd in de stijl van de 18
e
eeuw.
Deze wandtapijten zijn
vervaardigd in Felletin en dienen ter vervanging van de beroemde wandkleden van
de "Dame met de eenhoorn" ("La
Dame à la
Licorne"), welke warden ontdekt in het kasteel in 1841 en nu
tentoongesteld worden in het Museum van Cluny in Parijs.
Als U het prachtige erfgoed
van de streek verder wilt ontdekken dan vindt U dit verspreid over de 13
dorpjes die bij de gemeente Boussac horen.
De
rust en schoonheid is opvallend en contrasteert met de kracht van de granieten
stenen waarmee de solide huizen gebouwd zijn.
Bord
Saint Georges: Het woud van Favand bij Bord Saint Georges werd aangepland onder het
eerste Keizerrijk van Lodewijk XIV. Daarna, in de 17
e
eeuw werd het hout gebruikt in de glasblazerijen, die helaas nu niet meer bestaan.
Bussière
Saint Georges: de bijzondere achthoekige klokkentoren van de Kapel van Souchet is een bezoekje
waard, maar ook de net buiten het centrum gelegen kerk en het rondom gelegen
platteland bieden gelegenheid voor een
mooie wandeling.
Boussac-Bourg: de twee naast elkaar gebouwde kerken uit de 11e
en 12 e eeuw zijn heel bijzonder.
Lavaufranche:
het
enige dorp in de streek zonder een kerk of begraafplaats.
Van historisch en
architectonisch belang is de Commanderie van de Orde van Malta, gesticht in 1180. Dit
imposante gebouw heeft de eeuwen doorstaan.
Leyrat: ligt op de grens tussen La Marche en de Bourbonnais. Het aantal
kastelen getuigt nog van de strijd
tussen deze twee provincies.
Malleret Boussac: een vredig dorpje aan de rivier de Petite Creuse waar
U de wonderlijke fontein "La
Bonne Font" kunt bezoeken. Ook de 12e eeuwse kerk,
geklasseerd als monument, en de Kapel van Champeix zijn een bezoek waard.
Nouzerines: volgens de legende was Nouzerines het vertrekpunt van
de 2e kruistocht. In mei, tijdens het dorpsfeest, is er een
processie vanuit de Romaanse kerk naar de oude wasplaats, Saint Clair.
Saint Marien: de indrukwekkende kerk ontleent zijn naam aan de
heremiet die in de bossen van Combrailles leefde en stierf omstreeks 513.
|
Saint Pierre le Bost: de zeer mooie kerk is opgedragen aan Saint Pierre. Bij de kerk vindt U
een kruisbeeld en
grafstenen, die herinneren aan een oorlogsverleden.
|
|
Saint
Silvain Bas le Roc: in dit dorpje kunt kunt U de 12e eeuwse kerk bezoeken
die is opgedragen aan Saint Silvain, een heremiet uit de Berry in de 5e
eeuw. Het dorp dankt ook zijn naam
aan hem. De plek waar zich de Pierres
Folles (dwaze stenen) bevinden biedt gelegenheid voor een verdere
ontdekkingstocht.
Soumans:
de mijnen van Soumans werden eerst
geëxploiteerd door de Kelten, daarna door de Romeinen op zoek naar tin en turkooizen stenen. Vandaag de dag
worden er mineralen gedolven, die gebruikt worden voor keramiek. De
Kapel van Saint André is één van de oudste in de regio.
Toulx Sainte Croix: gelegen op 656 meter hoogte, een vermaard, zeer oud
pittoresk dorpje. De nu geheel gerestaureerde uitkijktoren, die al in de tijd van de
Galliërs voor bewaking diende, biedt een buitengewoon uitzicht over 7 departementen.
Tijdens archeologisch
onderzoek werden de resten gevonden van een kapel, opgedragen aan Saint
Martial. Toulx was het eerste dorp in de Limousin, dat in de 3
e eeuw
tot het christendom werd bekeerd door Saint Martial.
De
Romaanse, als monument aangemerkte, kerk uit de 11
e eeuw, is één van
de oudste monumenten van de Creuse. De klokkentoren werd van de kerk gescheiden
door de instorting van een deel van de kerk.
Pierres Jaumatres: op een hoogte van 602 meter, op de Mont
Barlot, bevindt zich een buitengewone verzameling granietrotsen van een
enorme
omvang en met vreemde vormen.
Het verhaal gaat, dat Tulla,
een onwettige dochter van Koning Arthur, hier begraven ligt met de schat
van
het oude Toulx. De legende vertelt ook dat deze schat alleen gevonden
kan worden door een zeer wijs en moreel hoogstaand
persoon.
|
|
BEROEMDE PERSONEN
Vele
beroemde namen zijn verbonden met Boussac en het omliggende platteland.
Zo
placht de beroemde schrijfster,
George
Sand, vaak paard te rijden in de omgeving van Boussac en bezocht zij "Les
Pierres Jaumatres" samen met
Frederic
Chopin.
Zij
was zozeer geïnspireerd door de streek, dat zij haar roman "Jeanne" hier
situeerde.
Ook
verbleef zij vaak in het Kasteel van Boussac en tijdens één van deze bezoeken ontdekte
zij de wandtapijten van "De dame met de eenhoorn", waarvan zij onmiddellijk
haar vriend
Prosper Mérimé op de
hoogte stelde.
De
humanist en filosoof,
Pierre Leroux,
hielp de socialistische en republikeinse beweging te verspreiden in de Creuse.
In Boussac richtte hij in
1945 een gelijkheid beogende drukkerij op, een leef- en werkgemeenschap, die
werk bood aan 80 personen.
In 1848 werd hij tot
burgemeester van Boussac verkozen en riep hij de Republiek af.
In 1903 onthulde
Camille Pelletan, minister van de
zeevaart, in Boussac een standbeeld van Pierre Leroux op het naar hem genoemde Pierre Leroux Plein.
In april 1911 organiseerde de
stad Boussac de eerste vliegshow in de Creuse
in samen-werking met de beroemde piloot Jean Daillens.
Een andere bekende vliegenier
en schrijver, Antoine de Saint Exupery,
verbleef in 1925 in
het hotel Aucouturier in Boussac, omdat zijn auto het niet meer deed vanwege
twee lekke banden.